Met ruim 1 miljoen sportvissers is de sportvisserij een omvangrijke bron van lood in het oppervlaktewater. In 2013 maakte Deltaris een schatting van Deltares, waaruit kwam dat ongeveer 470 ton lood per jaar in zout water terechtkomt en 54 ton per jaar in zoet water. Hengelsporters gebruiken vislood bij diverse vistechnieken. Dit lood wordt achtergelaten bij het vissen en komt op de waterbodem. Er is nog geen verbod op lood in de hengelsport, in tegenstelling tot ander loodgebruik. Wel zijn er diverse initiatieven om te komen tot vervanging van vislood.

Vislood en gezondheid

Sportvissers die zelf lood gieten, lopen het risico dat zij giftige dampen inademen. Daarnaast wordt het milieu belast door het loodverlies. Bij baggerwerkzaamheden kan het lood op de kant worden gebracht.

Vissers die lood smelten kunnen gezondheidsproblemen krijgen. Bij het loodsmelten kan lood in de lucht, het huisstof of in de bodem terechtkomen. Dat brengt ook gezondheidsrisico’s voor huisgenoten met zich mee. Vooral jonge kinderen lopen kans op gezondheidsschade bij blootstelling aan lood.  De GGD adviseert vissers liefst geen loodhoudend materiaal te gebruiken en raadt dringend af om thuis zelf lood te smelten.

De aanpak van vislood in hengelsport

Over de vermindering van het gebruik van lood in de sportvisserij heeft minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit afspraken gemaakt met Sportvisserij Nederland, Natuurmonumenten, de Unie van Waterschappen en brancheorganisatie Dibevo. De afspraken, waaraan ook de ministeries van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, IenWMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat en EZKMinisterie van Economische Zaken en Klimaat zich hebben gecommitteerd, zijn vastgelegd in een ‘green deal’, die 22 mei 2018 is getekend.

Het gebruik van lood door sportvissers moet de komende drie jaar met minimaal dertig procent dalen. Voor de langere termijn is het de bedoeling om het vislood helemaal uit te bannen.