Laatste wijziging op 06/05/2026

Ozon ontstaat bij zonnig weer als er veel stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen in de lucht zitten. De vervuilende stoffen worden onder invloed van zonlicht omgezet in ozon. Ozon dringt bij inademing door tot in de kleinste luchtwegen en de longblaasjes en zorgt zo voor prikkeling van de slijmvliezen, verminderde longfunctie en longoedeem.

In Nederland komen verhoogde ozonniveaus in het voorjaar en in de zomer voor, op zeer zonnige dagen met een zwakke zuidelijke of oostelijke wind. Ozonconcentraties in stedelijke omgeving zijn doorgaans lager dan daarbuiten, omdat de stikstofoxide afkomstig van het verkeer een deel van de ozon wegvangt. Afname van de uitstoot van stikstofoxide door verkeer door toename van elektrisch rijden kan leiden tot meer ozon in de lucht.

Ozon en gezondheid

Het gaat hierbij om ozon aan de grond (troposferisch ozon). Dit verschilt van de ozonlaag hoog in de atmosfeer (op 15 tot 50 km hoogte), die de aarde beschermt tegen schadelijke uv-straling. Ozon aan de grond ontstaat door chemische reacties tussen luchtverontreinigende stoffen onder invloed van zonlicht en heeft geen directe invloed op de ozonlaag, omdat uitwisseling tussen lagere en hogere luchtlagen beperkt is.

Blootstelling aan ozon in de buitenlucht kan leiden tot schadelijke effecten op de gezondheid (WHO, 2021). Blootstelling aan piekconcentraties gedurende periodes van 1 tot 8 uur kan leiden tot hoesten en irritatie van de ogen. Daarnaast kan ozon leiden tot verergering van luchtwegklachten, oog-, neus- en keelirritaties, benauwdheid, duizeligheid, misselijkheid en hoofdpijn. Vooral ouderen, kinderen en mensen met ziekten aan de luchtwegen zijn gevoelig voor ozon.

Langdurige blootstelling aan ozon lijkt de kans op nadelige effecten op de luchtwegen en longen te vergroten. Het gaat dan in het bijzonder om een verhoogd aantal nieuwe gevallen van astma bij kinderen en van ziekenhuisopnames van kinderen met astma. Met langdurige blootstelling wordt de blootstelling aan ozon over gemiddeld één of meer zomerseizoenen dan wel jaren bedoeld. De WHO adviseerde in 2021 de hoogste gemiddelde maximale 8-uursgemiddelde ozonconcentratie over 6 aaneengesloten maanden te beperken tot 60 microgram per m3. Deze waarde is in 2021 in Nederland op elk meetstation overschreden (CLO, 2025) 

De aanpak van smog door ozon

De piekconcentraties voor ozon zijn sinds de jaren 90 van de vorige eeuw gedaald. Sinds ongeveer 2010 is er geen sprake meer van een daling. Door de sterke invloed van het weer op de piekconcentraties kan het aantal dagen met hoge piekconcentraties van jaar tot jaar sterk variëren. De gemiddelde concentratie toont echter een stijgende trend.  

Om ozon te voorkomen is het nodig om structureel en op internationaal niveau de ozonvormende stoffen in de lucht te verminderen. De afgelopen decennia is in Europa en Noord-Amerika succesvol beleid gevoerd om het ontstaan smogepisoden door ozon te verminderen. Zo zijn er bijvoorbeeld in Europa strengere emissie-eisen gesteld aan voertuigen. Ook is het gebruik van bepaalde typen oplosmiddelen in verf en cosmetica verboden. Dat heeft geleid tot lagere ozonpieken en minder acute gezondheidseffecten. Wel zorgde de daling van de uitstoot van stikstofoxiden door de complexe ozonchemie lokaal voor een toename van de gemiddelde ozonconcentraties.

De uitstoot van vervuilende stoffen waaruit ozon ontstaat zal ook in de toekomst in Nederland verder afnemen, maar dit is wereldwijd nog niet het geval. Zo zullen de emissies van stikstofoxiden in Azië en door de zeescheepvaart blijven stijgen, evenals de methaanemissies uit landbouw, olie- en gasbedrijven en afvalstortplaatsen. Dit zorgt er – tezamen met de verwachte klimaatverandering - voor dat de achtergrondconcentratie op het hele noordelijk halfrond eerder toe- dan afneemt, waardoor ook de gemiddelde ozonblootstelling in Nederland niet zal dalen en in stedelijk gebied zelfs kan toenemen. 

Momenteel vinden er internationaal gesprekken plaats over het verminderen van de methaanemissies. Methaanemissies kunnen wereldwijd gezien met relatief eenvoudige maatregelen in de energiesector en bij afvalstortplaatsen worden beperkt. In mei 2024 heeft de Europese Unie een nieuwe verordening goedgekeurd om de uitstoot van methaan in de energiesector te beperken. In deze regelgeving staat dat bedrijven in de olie-, gas- en kolensector verplicht zijn om methaanemissies nauwkeurig te meten, monitoren, rapporteren en laten verifiëren. Ook moeten zij lekken snel opsporen en repareren (LDAR), en worden afblazen en affakkelen beperkt. Daarnaast moet de regelgeving zorgen voor transparantie over geïmporteerde fossiele energie en bescherming van werknemers tegen methaan.