In een circulaire economie worden materialen en reststoffen (materiaal dat nog hergebruikt kan worden) steeds opnieuw gebruikt. De overheid stimuleert het hergebruik van reststoffen, omdat dan minder primaire bouwstoffen als zand en grind nodig zijn.

Reststoffen mogen onder voorwaarden (wet- en regelgeving) opnieuw gebruikt worden. Reststoffen als thermisch gereinigde grond (TGG), granuliet en staalslakken uit hoogovens worden gebruikt als fundering in de wegenbouw, geluidswal of het hoger maken van een bouwterrein. Granuliet wordt ook gebruikt om diepe plassen te verondiepen.

Thermisch gereinigde grond en Granuliet

Thermisch gereinigde grond is grond die is gereinigd door het te verhitten. Bij de hoge temperatuur verbranden alle organische verontreinigingen zoals olieresten.  Ook verbrandt alle organische stof (zoals humus) en het bodemleven (zoals wormen). De zware metalen (zoals antimoon en molybdeen) en zouten (zoals sulfaat en chloride) blijven achter. De verhitting zorgt er ook voor dat de eigenschappen van de grond veranderen en dat de TGG zich anders gedraagt dan normale grond.

Granuliet, ook wel Noordse Leem genoemd, is een restproduct dat vrijkomt bij het breken van granietblokken voor asfaltgrind. Het stof dat daarbij vrijkomt en kleiner is dan 63 µm wordt ontwaterd met polyacrylamide, zodat granuliet overblijft.

Omdat TGG en granuliet een natuurlijke oorsprong hebben worden ze aangemerkt als grond.

Staalslakken

Staalslakken zijn een bijproduct dat vrijkomt bij de productie van ijzer in een hoogoven. In tegenstelling tot TGG en granuliet, worden staalslakken ingedeeld bij de bouwstoffen. Daarom moet het aan andere wettelijke eisen voldoen voordat het gebruikt mag worden.

Hergebruik reststoffen en gezondheid

Wanneer reststoffen zijn gebruikt in een werk (zoals snelweg of geluidswal) of diepe plas, is contact met de reststoffen (bijna) niet mogelijk. Dit komt bijvoorbeeld omdat de stof wordt afgedekt met een laag grond. Soms komt het materiaal in contact met bijvoorbeeld regenwater, grondwater (TGG en staalslakken) en/of oppervlaktewater (granuliet). Hierdoor kunnen schadelijke stoffen uit het restmateriaal in de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater terechtkomen en kunnen mens en dier in aanraking komen met deze schadelijke stoffen.

Bij TGG en staalslakken komen vooral metalen en zouten vrij. Hierdoor heeft op meerdere plaatsen in Nederland uitspoeling van stoffen plaatsgevonden waardoor grond- en oppervlaktewater verontreinigd zijn.

Bij granuliet kan het polyacrylamide mogelijk afbreken tot acrylamide, een kankerverwekkende en neurotoxische stof.  Polyacrylamide is moeilijk meetbaar en het is onduidelijk hoe persistent het is in het milieu en hoe het zich op de lange termijn gedraagt. Door deze onduidelijkheden is de invloed van polyacrylamide op het milieu onbekend.

Omdat direct contact met reststoffen door bijvoorbeeld het afdekken met een laag grond wordt voorkomen, zijn de gezondheidseffecten voor mensen beperkt. Wel kunnen er gevolgen zijn voor planten en dieren in bodem en oppervlaktewater. Ook vee kan door het drinken van verontreinigd oppervlaktewater de schadelijke stoffen binnenkrijgen. De effecten variëren van sterfte (vooral planten en kleine bodemdiertjes zoals wormen en bacteriën) tot een verslechtering van de natuur.

De aanpak van hergebruik van reststoffen

Ondanks bestaande wet- en regelgeving om reststoffen op een veilige manier te gebruiken, zijn verhoogde concentraties schadelijke stoffen in grond en grond- en oppervlaktewater gevonden (vooral bij TGG en staalslakken). Daarom wordt in 2019-2020 de wet- en regelgeving en de kwaliteit voor TGG beoordeeld. Dit kan ook voor andere reststoffen worden gedaan. Met een knelpuntenanalyse kan vervolgens een handelingskader voor het toekomstige gebruik gemaakt.