Stoffen die in het binnenmilieu vrijkomen, zoals vocht, tabaksrook, verbrandingsproducten en radon, kunnen zich bij onvoldoende ventilatie ophopen. De concentraties stoffen zijn binnen vaak hoger dan buiten. In ongeveer 80% van de klaslokalen en ongeveer 60% van de woningen vindt periodiek overschrijding van de norm van 1200 ppm voor de CO2-concentratie plaats. Wanneer de CO2-concentratie te hoog is, is dit een aanwijzing dat allerlei stoffen zich door slechte ventilatie kunnen ophopen in het binnenmilieu. Vanwege de steeds verdere verbeterde isolatie van huizen is er steeds minder natuurlijke ventilatie. Dit kan tot gezondheidsklachten leiden en leerprestaties van kinderen beïnvloeden.

Binnenluchtkwaliteit en gezondheid

Mensen zijn gemiddeld 85% van hun tijd binnen, waarvan 70% in hun eigen woning. Een slechte binnenluchtkwaliteit kan klachten geven als geurhinder, oogirritatie, hoofdpijn, ademhalingsproblemen en meer dan normale vermoeidheid. Ook kunnen luchtwegaandoeningen ontstaan of verergeren en leerprestaties van kinderen kunnen beïnvloed worden.

De aanpak van binnenluchtkwaliteit

De afgelopen jaren is ingezet op bewustwording, agendering en kennis vergroting bij partijen: zowel bij gemeenten, schoolbesturen, medezeggenschapsraden/ ouderraden en partijen in de bouwketen (van architect tot installateur). De Werkgroep Binnenmilieu van de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst werkt aan bewustwording van het belang van ventileren door het maken en verspreiden van informatiemateriaal.