Transitie betekent letterlijk: kentering of kanteling. Een transitie is een proces van fundamentele en onomkeerbare veranderingen in economie, cultuur, technologie, instituties, natuur en milieu. Het duurt ongeveer 25 tot 50 jaar voordat een transitie afgerond is.
Ook veel andere signalen in de leefomgeving zijn onderdeel van een transitie.

De genoemde transities zijn ook nauw verweven met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Onze transities hebben ook gevolgen buiten de grenzen. Denk aan de uitlaatgassen die onze auto's produceren. Die dragen bij aan klimaatopwarming en leiden tot droogte of meer neerslag in andere landen. Door de keuzes en acties in Nederland kunnen de  SDG’s hier en in het buitenland behaald worden.

Op deze pagina’s behandelen we vier transities in de leefomgeving. We koppelen daarbij de relevante signalen voor de leefomgeving aan een transitie. Zo wordt duidelijk dat veel signalen in de leefomgeving niet op zichzelf staan. Ze hangen met elkaar samen en passen in het grotere geheel van een transitie.

Klimaatverandering

De grootste transitie in de leefomgeving is de klimaatverandering. Het zoeken is daarbij naar gezonde, duurzame en veilige initiatieven om deze veranderingen te voorkomen (klimaatmitigatie) en de gevolgen ervan te beperken (klimaatadaptatie).

Energietransitie

De energietransitie heeft tot doel om niet-hernieuwbare, fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en gas te vervangen door duurzame energiebronnen.

Circulaire economie

Circulaire economie draait om een duurzame winning van grondstoffen en minder grondstoffen per product. Dat product wordt weer hergebruikt of tot iets anders verwerkt.

Duurzame mobiliteit

Ons dagelijks vervoer per auto, openbaar vervoer en het vrachtvervoer zorgt voor een te grote uitstoot van CO2. Nederland moet daarom een omslag maken naar een duurzame mobiliteit die minder belastend is voor het milieu en goed is voor de inwoners.